Logopediepraktijk Carine van Aalst-Becx Schijndel


 

 

Logopediepraktijk
Carine van Aalst-Becx

Steeg 6h
5482 WN Schijndel

Tel. 073 - 54 96 708

contact@bonnier­logopedischcentrum.nl



Lid NVLF / Kwaliteitsregister / DTL-proof

Slikken en eten / drinken

Slikken en eten / drinken

Eten en drinken zijn complexe processen waarbij veel spieren en zenuwen betrokken zijn en allemaal op elkaar afgestemd moeten bewegen: hand- en armspieren, gezichts- en kaakspieren, de tong, de keel en slokdarmspieren. Een probleem hierin kan eet- en slik­pro­ble­men veroor­zaken. Als men on­vol­doen­de slikt, gaat speeksel zich verzamelen in de mond en uit de mond lopen (kwijlen) of in de luchtwegen terecht komen met verslikken tot gevolg.

Slik­pro­ble­men kunnen veroor­zaakt wor­den door:

  • Afwijkend mond­ge­drag: open mond, de tong ligt op de onderlip, slikken met de tong tussen de tan­den.
  • Een slik­stoor­nissen bij vol­was­se­nen, ten gevolge van een herseninfarct of hersenletsel.
  • Schisis
  • Globus­ge­voel: een prop voelen tij­dens de slik
  • Klachten als opboeren en win­derig­heid t.g.v. een foutieve manier van slikken. (Aerofagie)
  • Medicijn­ge­bruik waardoor de smaak van eten afneemt of u een droge mond krijgt.
  • Sensorische in­for­ma­tiever­wer­kings­pro­ble­men waardoor voedsel bij­voor­beeld niet goed wordt waar­ge­no­men in de mond of iemand sterk rea­geert op voedsel in de mond.

Slik­pro­ble­men

We doen onder­zoek, observatie en proberen de oor­zaak vast te stellen van de slik­pro­ble­men. Het kan zijn dat er gegevens zijn vanuit het zie­ken­huis of dat we de huisarts vragen om een ver­wij­zing naar het zie­ken­huis als we vermoe­den dat de slik­be­we­ging zelf niet goed verloopt. We leggen onze bevin­dingen en vragen dan voor aan een arts of collega logopedist in het zie­ken­huis. Met alle gegevens wordt ver­vol­gens de logope­dische diagnose gesteld en een behandel­plan gemaakt dat met u be­spro­ken wordt.

Afwijkend mondgedrag
Afwijkend mond­ge­drag

Er wor­den oefe­ningen gedaan om afwijkend mond­ge­drag op te heffen. (o.a. Orale MyoFunctionele Therapie: OMFT, bij kin­de­ren vanaf 7 à 8 jaar, jon­ge­ren en vol­was­se­nen. Voor jon­gere kin­de­ren wor­den andere oefe­ningen gebruikt.)

Bij slik­stoor­nissen bij vol­was­se­nen wordt het kauwen en slikken geobser­veerd. Bij twijfel of het slikken veilig verloopt, kan (via de huisarts) een slik­on­der­zoek in het zie­ken­huis zin­vol zijn. Naar aan­lei­ding van de onder­zoeksge­ge­vens wordt advies gegeven met betrek­king tot de hou­ding tij­dens kauwen en slikken en het soort voedsel/drinken.

Bij globus­ge­voel wor­den oefe­ningen gedaan om spieren in en rond het strotten­hoofd te ontspannen. (o.a. Laryngeale facili­ta­tie / manuele facili­ta­tie van de larynx (strotten­hoofd), Lax-vox therapie en eventueel slik­oefe­ningen.) Bij aerofagie wor­den slik­oefe­ningen gedaan (OMFT) en adviezen gegeven met betrek­king tot eet- en drinkge­woon­ten.