Logopediepraktijk Carine van Aalst-Becx Schijndel


 

 

Logopediepraktijk
Carine van Aalst-Becx

Steeg 6h
5482 WN Schijndel

Tel. 073 - 54 96 708

contact@bonnier­logopedischcentrum.nl



Lid NVLF / Kwaliteitsregister / DTL-proof

Taal

Taal

Taal hebben we nodig om te com­mu­ni­ce­ren. Het is een heel be­lang­rijk ele­ment in het contact met andere mensen. Met taal kun je je gedachten en gevoelens dui­de­lijk maken en delen met mensen om je heen. Taal is dus heel be­lang­rijk.

Taal kan ver­baal zijn (het spreken zelf) en non-ver­baal (lichaamstaal, gezichtsuitdruk­kingen, gebaren­taal, vin­gerspelling, alternatieve com­mu­ni­ca­tie­mid­de­len, lezen en schrijven. Meestal is het een combinatie van ver­baal en non-ver­baal.

Als er problemen in de taal zijn staat dit een goede com­mu­ni­ca­tie in de weg. Vandaag de dag is com­mu­ni­ca­tie een heel be­lang­rijk middel in onze maat­schap­pij. Als iemand hierin problemen heeft, val hij/zij buiten de boot. Gevolgen kunnen zijn gedrags­pro­ble­men, frustraties, een sociaal isole­ment en zich onbegrepen voelen.

Taal­pro­ble­men lei­den vaak tot een leerachterstand, alle lessen wor­den gegeven in ge­spro­ken taal. Iemand met taal­pro­ble­men zal de aangebo­den in­for­ma­tie on­vol­doen­de begrijpen en ver­werken. Zelfs voor rekenen is veel taal nodig.

Wat valt er onder taal? Dat is de woor­den­schat, zins­bouw/woord­volgorde, grammaticale regels, intonatie, taal­be­grip en com­mu­ni­ca­tie­regels. In iedere cultuur gel­den andere com­mu­ni­ca­tie­regels. In Neder­land zeggen we ge­mak­ke­lijk “je” en “jij”, in België is dit niet gepast en zegt men “u”.

Taal­pro­ble­men zijn:

  • Een vertraagde of verstoorde taal­ont­wik­ke­ling bij kin­de­ren.
  • Problemen in het taal­ge­bruik: de een bood­schap be­grij­pe­lijk over­bren­gen.
  • Woordvin­dings­pro­ble­men in de ont­wik­ke­ling bij kin­de­ren.
  • Dysfasie of dysfa­tische problemen bij vol­was­se­nen.
  • Afasie, problemen in het taal­ver­mo­gen als gevolg van een herseninfarct of -bescha­diging bij vol­was­se­nen.
  • Taal­stoor­nissen bij dementie.
  • Com­mu­ni­ca­tie­pro­ble­men bij aan autisme verwante problemen zoals PDD-NOS / Asper­ger.
  • Problemen die kunnen ontstaan bij meer­ta­lig­heid.
  • Lees- en schrijf­stoor­nissen, dit zijn evenals horen en spreken ook vormen van taal. Stoornissen op dit gebied, zoals dyslexie, vallen ook onder taal­stoor­nissen. De be­han­de­ling hier­van wordt echter alleen onder spe­ci­fie­ke omstan­dig­he­den door de zorgverzeke­raar ver­goed.

Taal­pro­ble­men

Logopedische oefeningWe doen uit­ge­breid onder­zoek naar de taal van het kind of de taal­pro­ble­men van de vol­was­se­ne. Daarbij wor­den ondermeer gestan­daardiseerde testen gebruikt en wordt de spontane taal geobser­veerd. Verder kan er aanvullend onder­zoek en eventueel be­han­de­ling door een kin­derarts, KNO-arts of een multidis­ci­pli­nair team op een audio­lo­gisch centrum nodig zijn. Of er zijn onder­zoeksge­ge­vens vanuit het zie­ken­huis in geval van een herseninfarct.

We stellen een diagnose en maken een behandel­plan dat met u be­spro­ken zal wor­den.

De logope­dische be­han­de­ling is indirect en/of direct

Bij een indirecte therapie (m.b.v.Video Interactie Be­ge­lei­ding) legt de logopedist de ouders uit hoe ze het kind tot spreken kunnen sti­mu­leren. Bij de directe logope­dische be­han­de­ling staat de wissel­wer­king tussen kind en logopedist centraal. De logopedist traint het taal­be­grip en verbetert het luister­ge­drag; er wordt gewerkt aan de woor­den­schat, de zins­bouw en grammaticale regels.Logopedische oefening Bij kin­de­ren die nog niet of nau­we­lijks spreken krijgen de voor­waar­den om tot spreken te komen aan­dacht: het gebruiken van taal voor een bepaald doel, het imi­te­ren van een ander, het oog­con­tact, het nemen van beurten. De ouders of ver­zor­gers wor­den zoveel moge­lijk bij de be­han­de­ling betrokken. In de therapie wordt reke­ning gehou­den met de totale ont­wik­ke­ling van het kind, de eventuele bij­ko­mende problemen en de moge­lijk­he­den in het gezin van het kind.

Het re­sul­taat van de be­han­de­ling hangt onder andere af van de oor­zaak van de vertraagde ont­wik­ke­ling. In het alge­meen geldt dat een vertraagde spraak­ont­wik­ke­ling goed te behan­de­len is, zeker als de problemen al op jonge leef­tijd onderkend wor­den. Kin­de­ren kunnen hier­voor al voor hun tweede levens­jaar terecht bij de logopedist.

Bij vol­was­se­nen is de be­han­de­ling direct en wor­den de oefe­ningen afgestemd op de problemen die er zijn. Daar­naast zal, als dat nodig is, advies wor­den gegeven aan de familie.

 

Logopedie - Méér dan spraakles