Logopediepraktijk Carine van Aalst-Becx Schijndel


 

 

Logopediepraktijk
Carine van Aalst-Becx

Steeg 6h
5482 WN  Schijndel

Tel. 073 - 54 96 708

info@logopedieschijndel.nl



Lid NVLF / Kwaliteitsregister / DTL-proof

De uitspraak / articulatie

De uitspraak / articulatie

De vorming van de spraak is de articulatie, het eindresultaat van het complexe systeem van spreken. Het houdt in dat het vormen van de klanken goed gebeurd en dat ze op een goede manier worden samengevoegd zodat het spreken ook verstaanbaar is.

Uw manier van spreken laat vaak een eerste indruk achter, zeker als dit via de telefoon gebeurd. De ander vormt zich een beeld van u en ook al is dat beeld niet altijd juist, het gebeurt wel.

In het begin van de ontwikkeling beheerst een kind nog niet alle klanken, dat is heel normaal. Ook dat klanken worden vervangen door andere klanken zodat een woord eenvoudiger uit te spreken is. Dit vindt men vaak schattig. Deze ontwikkeling moet wel verder gaan, want als je ouder wordt ziet de omgeving de problemen niet meer als schattig. Meestal hebben mensen buiten het gezin problemen met de verstaanbaarheid. Binnen het gezin verstaan de ouders, broertjes en zusjes het kind goed. Zij zijn gewend aan de manier van spreken. Daarbuiten kunnen de articulatieproblemen leiden tot misverstanden, problemen of irritaties.

Er kan sprake zijn van een vertraging of verstoring in de ontwikkeling. Spraakproblemen kunnen voorkomen bij kinderen en bij volwassenen. Articulatieproblemen kunnen zijn:

  • Vertraagde of verstoorde ontwikkeling van de klanken (articulatie).
  • Algemene articulatiestoornis: een bepaalde klank niet goed kunnen uitspreken.
  • Een neurologische spraakstoornis, aangeboren of later verworven.
  • Slissen of lispelen (ook bij afwijkende mondgewoonten)
  • Nasaliteit (te veel door de neus spreken)
  • Verstaanbaarheid bij meertaligheid
  • Stotteren

Articulatieproblemen kunnen als oorzaak hebben:

  • Afwijkende mondgewoonten, zoals zuigen op vingers, duimen of speen, open mondgedrag. Hierdoor kunnen veranderingen optreden aan de spraakorganen of aan de spierspanning van en coördinatie tussen de spieren die de spraak aansturen.
  • Een verbale ontwikkelingsdyspraxie.
  • Een verbale apraxie.
  • Een schisis/gehemeltespleet.
  • Een aangezichtsverlamming.
  • Een dysartrie t.g.v. een neurologische ziekte zoals Parkinson of MS.
  • Mond-/ tongkanker.

De uitspraak / articulatie

We doen onderzoek naar de problemen in de uitspraak. We stellen daarna de logopedische diagnose en schrijven een behandelplan dat met u besproken wordt.

Bij kinderen wordt rekening gehouden met de normale ontwikkeling en wat zij, gezien hun leeftijd, zouden moeten kunnen.

Bij kinderen worden de oefeningen spelenderwijs gedaan waarbij we beschikken over verschillende technieken en oefeningen (spelletjes). (o.a. Hodson & Paden, Prompt, Metaphon, het dyspraxieprogramma)

Stotteren of broddelen (niet-vloeiendheidsstoornissen)

We doen onderzoek waarbij het stotteren in kaart gebracht wordt: het hoorbare en zichtbare stotter-/ broddelgedrag, uitlokkende en/of in stand houdende factoren. Ook wordt er gekeken naar de manier waarop iemand omgaat met het onvloeiend spreken en hoe de directe omgeving hier op reageert. Nagegaan wordt hoe het stotteren/broddelen zich ontwikkeld heeft en in welke fase het zich bevindt. Naar aanleiding van dit onderzoek zal in samenspraak met u een behandelplan worden opgesteld.

Geef mensen die stotteren even de tijdIn de behandeling zal gewerkt worden aan het geven van informatie over stotteren/broddelen en adviezen. Verder wordt de behandeling op basis van de bevindingen ingevuld. We beschikken hierbij over verschillende technieken en oefeningen. (o.a. Cooper, Denkwijzer)

Bij kinderen waarbij het centraal zenuwstelsel nog in ontwikkeling is (tot circa 7 jaar), is de behandeling anders dan daarna. Met behulp van Video Interactie Begeleiding (VIB) wordt indirect behandeld.

Bij kinderen worden de ouders/verzorgers en vaak ook het gezin bij de behandeling betrokken. Soms bestaat de begeleiding uit indirecte therapie, waarbij de omgeving van het kind adviezen krijgt en begeleid wordt in de communicatie met het kind. Het kind kan ook zelf direct behandeld worden, maar niet zonder medewerking van zijn omgeving.

Er bestaat een verschil tussen een logopedist en een stottertherapeut. Logopedisten zijn opgeleid om een breed scala van klachten rond de mondelinge communicatie te behandelen. Daaronder hoort ook het behandelen van stotteren en broddelen.

Bij meer complexe stotterproblematiek kan doorverwijzing naar een stottertherapeut zinvol zijn. Er zijn overigens ook logopedisten die zich extra hebben geschoold in stotteren, zonder dat zij stottertherapeut zijn.

Stottertherapeuten zijn meestal logopedisten, soms psychologen of orthopedagogen, die zich hebben gespecialiseerd in therapie en/of onderzoek naar stotteren. Naast hun reguliere opleiding hebben zij een vervolgtraject doorlopen waarin zij zich hebben verdiept in de complexiteit van het stotteren en andere vloeiendheidsproblemen.

Afwijkende mondgewoonten

Hierbij gaat het om een mond die open hangt en een tong die tegen of op de onderlip ligt. En ook om het zuigen op vingers, duimen, speen of tutlapje, lipzuigen, het drinken uit een flesje op een leeftijd dat dit niet meer nodig is. Vaak is het gevolg verkeerd slikken. Dit heeft effect op het gebit en de structuren van de mond en spraakorganen en kan oorzaak zijn van terugkerende verkoudheden en oorontstekingen.

Mondmotorische oefeningWe doen onderzoek naar de afwijkende mondgewoonten en in stand houdende factoren. We stellen een logopedische diagnose en maken een behandelplan dat met u besproken wordt.

In de behandeling zal gewerkt worden aan de mondgewoonten waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd van het kind. Ook heel jonge kinderen kunnen al behandeld worden. Als open mondgedrag al vroeg verholpen wordt voorkom je ingeslepen gewoontegedrag wat later veel meer moeite kost om te veranderen/af te leren. We beschikken hierbij over verschillende technieken en oefeningen. (o.a. Orale Myo Functionele Therapie (OMFT), versterken van tong- en lipspieren, trainen van een goede tongpositie in rust, aanleren van neusademing, afleren van duimzuigen/speenzuigen) Vaak is het bij behandeling van afwijkende mondgewoonten nodig om ook aan de articulatie (slissen) te werken.

Oorzaken van afwijkende mondgewoonten kunnen zijn:

  • Een opgezette neusamandel.
  • Veel neusverkoudheden.
  • Duimgedrag en/of speengedrag.

 

Logopedie - Méér dan spraakles